Moederwond.

Sommige wonden zie je niet.

Je kunt volwassen zijn. Je kunt je leven op orde hebben, een fijne relatie hebben, kinderen hebben, werken, lachen en genieten en toch ergens diep vanbinnen een gevoel dragen dat moeilijk onder woorden te brengen is.

Een gevoel van niet genoeg zijn.

De angst om iemand teleur te stellen.
De neiging om altijd maar sterk te moeten zijn.
De behoefte om het iedereen naar de zin te maken.
De moeite om te zeggen wat je werkelijk nodig hebt.
Of dat gevoel dat je heel goed voor anderen kunt zorgen, maar eigenlijk niet zo goed weet hoe je voor jezelf moet zorgen.

Soms ligt de oorsprong daarvan niet in iets wat er wél is gebeurd, maar juist in iets wat er ontbrak.

In een kindertijd waarin je niet altijd werd gezien zoals je werkelijk was, waarin je emoties misschien te veel waren, waarin je moest aanpassen, sterk moest zijn of vooral geen problemen mocht veroorzaken.

Dit wordt ook wel de moederwond genoemd.

WAT IS EEN MOEDERWOND?

De term moederwond is geen ‘officiële’ psychologische diagnose. Het is een manier om te beschrijven hoe een verstoorde of onvoldoende afgestemde relatie met een moeder of primaire verzorger later kan doorwerken in je zelfbeeld, emoties en relaties. In de psychologie sluit het begrip onder andere aan bij onderzoek naar hechting, emotionele verwaarlozing en relationeel trauma.

Een kind heeft namelijk meer nodig dan eten, kleding en een veilig huis. Een kind heeft behoefte aan iemand die zegt, op duizend verschillende manieren:

– “Ik zie je.”
– “Je gevoelens mogen er zijn.”
– “Je hoeft niet perfect te zijn.”
– “Je mag hulp nodig hebben.”
– “Je hoeft mijn emoties niet te dragen.”
– “Je bent welkom zoals je bent.”

Wanneer die emotionele afstemming langdurig ontbreekt, kan een kind bepaalde conclusies over zichzelf gaan trekken.

Niet omdat iemand dat letterlijk tegen het kind zegt, maar omdat een kind probeert te begrijpen wat er gebeurt.

Misschien leert het:

“Ik moet lief zijn om liefde te krijgen.”
“Ik mag niet boos worden.”
“Ik moet sterk zijn.”
“Mijn behoeften zijn lastig.”
“Als ik goed genoeg mijn best doe, word ik misschien wel gezien.”

Of:

“Ik kan maar beter niemand nodig hebben.”

Die overtuigingen kunnen zich diep vastzetten.
En wat ooit een manier was om jezelf als kind staande te houden, kan later een patroon worden dat je volwassen leven beïnvloedt.

HOE ONTSTAAT EEN MOEDERWOND.

Een moederwond hoeft niet te ontstaan door één grote, traumatische gebeurtenis. Soms zit de pijn juist in de herhaling van kleine momenten.

– Een moeder die lichamelijk aanwezig is, maar emotioneel nauwelijks beschikbaar.

– Een moeder die vooral geïnteresseerd is in prestaties en minder in wat er in jou leeft.

– Een moeder die kritisch is en weinig bevestiging geeft.

– Een moeder die onvoorspelbaar reageert: het ene moment liefdevol, het volgende moment afstandelijk of boos.

– Een moeder die zelf zo overweldigd is door haar eigen problemen dat er weinig ruimte overblijft voor het kind.

– Of een kind dat al vroeg het gevoel krijgt dat het verantwoordelijk is voor het welzijn van zijn moeder. Bijvoorbeeld wanneer je als kind haar verdriet moet troosten, haar emoties probeert te reguleren of voortdurend aanvoelt hoe de sfeer is.

Dan leer je misschien niet alleen om naar jezelf te kijken, maar vooral om naar de ander te kijken.

“Hoe gaat het met mama?”
“Is ze boos?”
“Doe ik iets verkeerd?”
“Moet ik nu extra lief zijn?”

Zo kan een kind langzaam leren om zichzelf op de tweede plaats te zetten.

Onderzoek naar emotionele verwaarlozing laat zien dat het ontbreken van emotionele warmte, responsiviteit en het reageren op de behoeften van een kind daadwerkelijk samenhangt met latere emotionele en relationele problemen.

“Maar mijn moeder hield toch van mij?”

Jazeker wel.

En dat is misschien wel een van de moeilijkste dingen om te erkennen. Een moeder kan van haar kind houden en tóch niet in staat zijn geweest om het kind emotioneel te geven wat het nodig had. Misschien had ze zelf een moeilijke jeugd. Misschien was ze overbelast, depressief, onzeker of gevangen in patronen die ze zelf nooit had leren herkennen.

Dat kan verklaren waarom iemand doet wat hij doet.
Maar een verklaring maakt de ervaring van het kind niet ongedaan.
Je kunt tegelijkertijd zeggen:

“Mijn moeder heeft waarschijnlijk gedaan wat ze kon.”

én:

“Ik heb toch dingen gemist die ik nodig had.”

Die twee waarheden hoeven elkaar niet uit te sluiten.
De moederwond gaat daarom niet noodzakelijk over schuld.
Het gaat over erkennen wat er in jou is gebeurd.
Hoe merk je dat je een moederwond bij je draagt?
Vaak herken je de moederwond niet aan een duidelijke herinnering.
Je herkent hem eerder aan je reacties in het dagelijks leven.

Misschien vind je het moeilijk om te weten wat je eigenlijk nodig hebt. Misschien zeg je automatisch “het is goed”, terwijl het helemaal niet goed is. Misschien voel je je schuldig wanneer je voor jezelf kiest of je hebt het gevoel dat je voortdurend iets moet bewijzen.

Dat je aardig, succesvol, behulpzaam, aantrekkelijk, slim of sterk moet zijn om waardevol te zijn. Sommige mensen worden enorme pleasers. Ze voelen feilloos aan wat anderen nodig hebben, maar hebben geen idee wat ze zelf nodig hebben.

Anderen worden juist extreem zelfstandig.
Ze willen niemand nodig hebben.

Hulp aannemen voelt ongemakkelijk. Kwetsbaarheid voelt gevaarlijk. Afhankelijk zijn van iemand voelt als controle verliezen. En weer anderen zoeken voortdurend bevestiging.
Houd je nog van me?
Is alles goed?
Ben je boos?
Ga je niet weg?

Geen van deze patronen bewijst op zichzelf dat iemand een moederwond heeft. Ze kunnen verschillende oorzaken hebben. Maar wanneer je jezelf hierin herkent, kan het interessant zijn om te onderzoeken waar je hebt geleerd dat liefde, veiligheid of goedkeuring afhankelijk zijn van hoe jij je gedraagt.

DE MOEDERWOND IN RELATIES.

Een van de plekken waar oude patronen vaak zichtbaar worden, is in volwassen relaties. Je kunt bijvoorbeeld steeds vallen voor mensen die emotioneel moeilijk bereikbaar zijn.
Niet omdat je bewust kiest voor iemand die jou niet geeft wat je nodig hebt. Maar omdat iets in jou het bekende herkent.

Wat vertrouwd voelt, voelt namelijk niet altijd veilig.
Als je vroeger liefde moest verdienen, kan het zelfs vertrouwd voelen om hard te moeten werken voor de aandacht van iemand.
Als je gewend bent geraakt aan emotionele afstand, kan een beschikbare en liefdevolle partner in het begin vreemd of zelfs ongemakkelijk voelen.

En als je vroeger voortdurend bezig was met de emoties van je moeder, kan het later vanzelfsprekend voelen om opnieuw degene te zijn die de ander begrijpt, opvangt en geruststelt.

Je bent dan niet alleen een relatie aan het aangaan met de persoon tegenover je. Soms neem je ook oude verwachtingen mee.

De verwachting om verlaten te worden.
De verwachting dat je niet genoeg bent.
De verwachting dat jouw behoeften te veel zullen zijn.
Of de overtuiging dat je vooral heel goed moet zorgen voor de ander om liefde te behouden.

DE MOEDERWOND EN PERFECTIONISME.

Een moederwond kan zich ook heel succesvol vermommen.
Niet iedereen die hiermee rondloopt, voelt zich onzeker.
Sommige mensen worden juist ontzettend ambitieus.
Ze werken hard.
Ze regelen alles.
Ze zijn betrouwbaar.
Ze helpen iedereen.
Ze zijn degene op wie iedereen kan bouwen.

Van buiten lijkt dat misschien zelfvertrouwen.
Maar vanbinnen kan iets anders spelen:

“Als ik maar goed genoeg mijn best doe, ben ik waardevol.”

Dan wordt succes geen plezier meer, maar een manier om jezelf bestaansrecht te geven. Rust kan ineens ongemakkelijk voelen.

Want wie ben je als je niets hoeft te bewijzen?

DE MOEDERWOND EN GRENZEN.

Een ander belangrijk signaal kan zijn dat je moeite hebt met grenzen. Nee zeggen voelt egoïstisch. Iemand teleurstellen voelt bijna ondraaglijk.

Je legt uitgebreid uit waarom je iets niet kunt.
Je voelt je verantwoordelijk voor hoe iemand anders zich voelt.

En wanneer iemand boos of teleurgesteld reageert, schiet je misschien direct in de reflex om het weer goed te maken.

Maar een grens is niet hetzelfde als afwijzing.

Je mag nee zeggen zonder dat je iemand iets verschuldigd bent.
Je mag ruimte innemen.
Je mag moe zijn.
Je mag hulp nodig hebben.
Je mag ergens anders over denken.
En misschien nog belangrijker:
Je hoeft jezelf niet kleiner te maken om liefde te behouden.

DE MOEDERWOND WANNEER JEZELF MOEDER WORDT.

Voor sommige mensen wordt de moederwond pas echt voelbaar wanneer ze zelf kinderen krijgen.

Ineens zie je hoeveel behoefte een kind heeft aan aandacht, bevestiging, troost en bescherming.

En soms raakt dat iets ouds aan.

Je kijkt naar je eigen kind en denkt:

“Hoe kon niemand dit bij mij zien?”

Of:

“Waarom kreeg ik vroeger niet wat ik mijn kind nu zo vanzelfsprekend wil geven?”

Het ouderschap kan daardoor niet alleen liefde oproepen, maar ook verdriet. Je kunt rouwen om het kind dat je zelf ooit was.
Om wat het nodig had.
Om wat het niet kreeg.

En om de moeder die je misschien nodig had, maar die er op haar eigen manier niet helemaal kon zijn.

HET VERDRIET ACHTER DE MOEDERWOND.

Misschien is dit uiteindelijk het pijnlijkste gedeelte.
Het is niet de boosheid.
Het zijn niet eens de herinneringen.
Maar het besef dat je sommige dingen nooit hebt gekregen.
Dat je misschien nooit de bevestiging hebt gekregen waar je zo naar verlangde.

Dat je misschien nooit hebt gehoord:

“Ik ben trots op je.”
“Je hoeft niets te bewijzen.”
“Je hoeft niet voor mij te zorgen.”
“Ik geloof je.”
“Je mag helemaal jezelf zijn.”
“Daar mag verdriet om zijn.”

Ook als je moeder nog leeft.
Ook als jullie tegenwoordig een goede relatie hebben.
Ook als zij inmiddels haar best doet.
Je kunt dankbaar zijn voor wat er wél was en verdriet hebben om wat er ontbrak.

KUN JE EEN MOEDERWOND HELEN.

Ja.

Maar helen betekent niet noodzakelijk dat je moeder verandert.
En het betekent ook niet dat je haar moet vergeven.

Soms betekent heling juist dat je stopt met wachten op iets wat je misschien nooit zult krijgen.

Dat je jezelf langzaam gaat geven wat vroeger ontbrak.
Dat je leert luisteren naar je eigen behoeften.
Dat je leert je leert grenzen stellen.
Dat je leert emoties toe te laten zonder jezelf ervoor te veroordelen. Dat hulp vragen geen zwakte is.

Dat nee zeggen geen afwijzing is.
En dat liefde niet iets is wat je hoeft te verdienen.

Therapie kan hierbij helpen, zeker wanneer oude patronen sterk doorwerken in relaties, zelfbeeld of ouderschap. Hechtingsgerichte, schema- en traumagerichte benaderingen kunnen bijvoorbeeld aansluiten bij dit soort patronen.

Maar misschien begint heling nog ergens anders.

Bij een heel eenvoudige vraag:

“Wat had ik vroeger nodig?”

En daarna:

“Kan ik mezelf daar vandaag iets meer van geven?”

Je bent niet wat je hebt geleerd te overleven
Misschien heb je geleerd om sterk te zijn.
Misschien om iedereen tevreden te houden.
Misschien om nooit iets nodig te hebben.
Misschien om perfect te zijn.
Misschien om altijd te zorgen.
Dat waren geen verkeerde eigenschappen.

Het waren manieren waarop jij als kind probeerde om liefde, veiligheid en verbinding te behouden.

Je hoeft jezelf daar niet om te veroordelen.

Je mag alleen ontdekken dat je ze vandaag misschien niet meer allemaal nodig hebt.

Je mag leren dat je niet voortdurend hoeft te voelen hoe het met iedereen gaat.

Dat je niet verantwoordelijk bent voor iedere emotie om je heen.
Dat je niet perfect hoeft te zijn om geliefd te worden.
En dat jouw behoeften niet te veel zijn.

Misschien is dat wel waar het helen van de moederwond uiteindelijk over gaat:

Niet veranderen wie je bent.
Maar langzaam loslaten wie je dacht te moeten zijn om liefde te verdienen.

En ontdekken dat er, onder al die aanpassingen, al die verwachtingen en al die oude overtuigingen, iemand zit die er al die tijd al mocht zijn.

Jij.

 

Pin It on Pinterest

Share This