Mensen met een negatief zelfbeeld komen steeds weer uit op een negatieve conclusie over zichzelf. ‘Ik ben een mislukking’ of ‘ik stel niets voor’.
Het is meer dan een vluchtige gedachten. Het is een vaste overtuiging. In de cognitieve gedragstherapie noemen we dit een basisschema. Het is voor iemand die zo denkt een vaststaand feit. Je weet het zeker. Met een uitroepteken erbij.
Een negatief zelfbeeld draag je altijd bij je. Het grootste deel van de dag ben je je daar niets eens bewust van. Maar het doet zijn werk wel. Je negatieve overtuiging of negatieve gevoel komt te pas en te onpas naar boven.
Ik herkende het altijd in het krijgen van kritiek. Ik zag dit nooit als opbouwend. Elke op of aanmerking kwam zo hard binnen, zo pijnlijk. Ik had het niet goed gedaan, zie je wel, ik deed alles fout, ik kon niets goed doen in mijn ogen. Feedback was sowieso verschrikkelijk. Ik kon er niets mee.
Als een duveltje uit een doosje. En met dat duveltje rolden er allemaal herinneringen uit het doosje die zijn opgeslagen in je geheugen. Ze buitelen over elkaar en er zit van alles tussen. Kritiek die je gisteren kreeg en die je vorige week kreeg. Een stomme opmerking die iemand vijf jaar geleden maakte, allemaal conclusies en herinneringen uit het verleden borrelen naar de oppervlakte. Dat je stom bent, dat je lelijk bent, dat je raar bent.
Moeilijk om dan nog te relativeren.
Dus trek je maar weer je negatieve conclusies. ‘Ik ben niets waard’ en ze gaan gepaard met angst, verdriet, boosheid en schaamte.
Het valt niet mee.
Ik leefde vele jaren zo.
Ik was er op de middelbare school ziek van.
Ineens overviel dan de onzekerheid. Een woord, een blik van iemand, wijzende vingers, gelach… en ik wist het zeker.
Ze lachten me uit, ze wezen me na. In veel gevallen was dit ook zo maar niet altijd.
Ik ben nu 41 en eerlijk, nog altijd slik ik als ik langs een groepje jeugd loop. Ze zijn jonger en ben niet bang, maar dat gevoel uit mijn jeugd zit er nog steeds ergens. Kijken ze me aan of na, hoor ik lachen, dan voel ik het nog steeds. Het raakt me niet meer, maar het gevoel zit zo diep. Ik laat los, schud het van me af en ga verder.
Mijn duveltjes heb ik vrij gelaten.
Ze zijn niet wie ik was en niet wie ik ben.
De herinneringen, de gedachten, ik blaas ze weg.
Ik kan weer in de spiegel kijken en tevreden zijn met mij.
Niet meer de gedachten ‘je ziet er niet uit!’
Ik ben weer van mezelf gaan houden.
Als ik hoor en zie hoe de jeugd met elkaar omgaat, als ik weer hoor dat er knokpartij op de middelbare school is geweest waar mijn kinderen zitten, als ik hoor dat iemand gepest wordt of in elkaar geslagen wordt, in de app wordt uitgescholden dan breekt mijn hart.
De schade die kinderen en jongeren elkaar aanrichten zie je nu niet.
De schade wordt zichtbaar als je 20 jaar verder bent.
Daar waren mijn pestkoppen zich niet bewust van. Volwassen zijn en dan je jeugd ellende nog moeten opruimen is niet fijn. Laten we dat voor onze kinderen anders doen.
